Blog 29 mei 2018

Hoe is het mogelijk dat FC Twente, qua begroting de vierde club van de eredivisie, is gedegradeerd? En hoe is het mogelijk dat AZ Alkmaar zo duidelijk ‘de best of the rest’ is van de clubs met vergelijkbare begrotingen? Vandaag geef ik mijn antwoord op de eerste vraag en in mijn vlog/blog van komende donderdag zal ik toelichten hoe een andere manier van verbeteren leidt tot structureel hoger presteren.

Een andere manier van verbeteren

Op basis van onderzoek naar Hoog Presteren OverheidsOrganisaties ben ik met mijn collega onderzoeker (dr. André de Waal) tot de conclusie gekomen dat het verbetervermogen achterblijft. Dat komt omdat men op de verkeerde manier verbetert, namelijk door meer van hetzelfde te doen. ‘Een schepje er bovenop’ en ‘elkaar aanspreken’ blijkt niet de zaligmakende weg te zijn.

High Performance Organizations  (HPO’s) organiseren gezonde druk, schakelen op tijd tussen de ‘gesloten stand’ en de ‘open stand’ en zijn zodoende in staat om met sterke coachende leiders en flexibele en veerkrachtige medewerkers vaker en beter de dialoog te voeren over ‘bedoelingen’. Dat geeft een meer gedeeld beeld over de te behalen prestaties en daarmee ook welke verbeteringen nodig zijn. HPO’s starten dan ook minder verbeteracties op, maar maken die wel goed af c.q. laten die beter beklijven. De volgende figuur hiernaast illustreert dit.

Bron: witboek ‘De HoogPresteren OverheidsOrganisatie’

Twente gedegradeerd

Maar eerst FC Twente. In de slotfase van de eredivisie werd het patroon steeds duidelijker: het vertrouwen glipte weg bij de spelers, de angst om te degraderen lag als een verlammende deken over het spel, de vermoeidheid werd met de week zichtbaarder. Spelers vielen in de laatste wedstrijden geblesseerd uit omdat ze ‘op’ waren. ‘Ze hadden alles gegeven en keihard gewerkt’, werd hen nog troostend nagegeven. Alsof hen daarmee niets te verwijten viel. Een diepgewortelde misvatting in onze cultuur die leidt tot suboptimale prestaties.

In een eerdere fase begon de paniek al: de trainer werd ontslagen en vervangen door een trainer, Gert-Jan Verbeek, die bekend staat als een trainer die met hard werken resultaatvoetbal speelt. Of “schijtbakkenvoetbal”, zoals de fans het op een gegeven moment noemden. Net na het aantreden van de nieuwe trainer leek er wat nieuwe hoop te ontstaan. Er werd met bakken energie gesmeten, aan strijdlust geen gebrek. Alleen werden er steeds geen punten behaald. Maar zou een kwestie van tijd zijn. Niet dus. Toen bleek dat deze benadering van ‘een schepje er bovenop’ niet hielp werd ook de nieuwe trainer ontslagen. Te laat. De neerwaartse spiraal was niet meer te stoppen.

Spelen om niet te verliezen

Wat gebeurt er nou eigenlijk in een dergelijke situatie? Voorop gesteld: ik ben niet aanwezig geweest bij alles wat er achter de schermen is gebeurd bij FC Twente en maak mijn analyse op grote afstand. Wellicht zie ik een aantal dingen daarom niet genuanceerd. Maar ik doe een onderbouwde gok, omdat ik het vaak zie bij organisaties: spelen om niet te verliezen.

Als de angst om te verliezen toeslaat verengen wij ons blikveld. Dat zit in onze natuur. Als er een roofdier of een auto op ons af stormt is er nog maar één vraag die ons bezig houdt, namelijk ‘hoe kom ik weg?’. We raken in de gesloten stand, de adrenaline jaagt door ons lichaam en stelt ons in staat om een korte piekprestatie neer te zetten. We rennen voor ons leven. Hartstikke handig. In de gesloten stand kun je bergen verzetten. Eventjes…

Als mensen of organisaties te lang achter elkaar in de ‘gesloten stand’ zitten gaat deze tegenwerken. De adrenaline werkt als een drug. Even een piek, maar daarna vermoeidheid en lusteloosheid. Als we onszelf geen tijd en rust geven en weer te snel een nieuwe piekprestatie moeten leveren hebben we nog meer ‘drugs’ nodig om hetzelfde te kunnen presteren. Totdat we volledig zijn opgebrand. En het verdrietige is: we gaan het steeds minder goed zien. Want in de gesloten stand hebben we geen overzicht meer. We zijn alleen maar gericht op het behalen van een korte termijn resultaat. En dan gaat het mis. Het glipt steeds meer uit je handen, voelt je steeds vermoeider, je ziet steeds minder scherp wat de destructieve patronen zijn en voelt steeds minder het vermogen om die patronen te kunnen doorbreken. In plaats daarvan doe je nog meer van hetzelfde, verbras je steeds vaker alle energie die je steeds minder tot je beschikking hebt. Je zit in een ogenschijnlijk onomkeerbaar proces.

De diepgewortelde belemmerende overtuiging

Hoe is het mogelijk dat FC Twente, de vierde club van onze eredivisie qua beschikbare middelen, onderuit is gegaan? Omdat men vanuit een diepgewortelde belemmerende overtuiging reageerde op tegenvallende resultaten. Een overtuiging die misschien nog wel dieper in Twente, waar ook mijn roots liggen, dan elders in Nederland is geworteld, namelijk: “als je wilt dat het beter gaat moet je beter je best doen”. Was het maar zo simpel.

De rust bewaren

Bij FC Groningen, de nummer 8 qua begroting, dreigde dit seizoen overigens een soortgelijk scenario. Tegenvallende resultaten, de degradatiezone die in het zicht kwam. Ook hier werd de druk op de trainer, spelers en bestuur steeds groter. Bepaalde spelers gingen openlijk hun kritiek leveren op de trainer, die klaar voor de slacht leek. Maar men hield het hoofd koel in het hoge noorden. Geen paniekvoetbal. Faber straalde rust en vertrouwen uit, evenals het bestuur dat hem bleef steunen. De druk werd er wat afgehaald door de aankondiging dat de trainer aan het einde van het seizoen zou stoppen. Het zou mij niets verbazen als Faber met zijn staf heel bewust zijn momenten in de ‘open stand’ heeft gepakt. Niet nog harder met de zweep erover is gegaan, maar gewoon rustig gekeken heeft naar de patronen die beter presteren in de weg stonden. Uiteindelijk is daar de slechte reeks gekeerd en is het seizoen nog relatief goed afgesloten.

Structureel hoger presteren

Het mooiste voorbeeld uit de eredivisie vind ik echter AZ Alkmaar. Hoe is mogelijk dat deze club voor Nederlandse begrippen oogstrelend voetbal speelt en beter presteert dan alle andere clubs met vergelijkbare middelen? Ik denk omdat deze club op de nieuwe manier verbetert. Misschien is het wel een High Performance Organisatie (HPO). Maar in de laatste paar wedstrijden zag ik ook een paar dingen die mij niet automatisch erop doen vertrouwen dat de mooie lijn volgend jaar zal worden doorgezet. Ik licht dat verder toe in mijn vlog/blog van komende donderdag.

Wissel eens van gedachten met Paul-Jan Linker